,

Het probleem van de ja-nee vraag

Waarom ik moeite heb met referenda.

Ik woon in Rotterdam. Nou ja, in een Vinex buiten de stad en zodra ik binnen de ring kom raak ik de weg kwijt, maar officieel is het 010. En dus mag ik morgen, 30 november, mijn mening geven over de Woonvisie. In een referendum: ben ik voor, of tegen? Zat het leven maar zo simpel in elkaar.

Van mijn ouders heb ik meegekregen: als je het recht hebt om te stemmen, moet je stemmen. En hoewel ik de afgelopen jaren vaak moeite heb gehad een keuze te maken, ben ik tot nog toe altijd gaan stemmen. Op het Oekraïne referendum na. Waarom heb ik zo’n moeite met referenda?

Een volksraadpleging of referendum is het voorleggen van een vraag met betrekking tot wetgeving aan de kiesgerechtigden in een land of een bepaald gebied.”

Het voorleggen van een vraag. Meestal een ja of nee vraag, voor of tegen. En daar gaat het in mijn ogen dus mis.

Voor of tegen wat?

In Zwitserland, het voorbeeldland met betrekking tot referenda, hebben ze het begrepen. “Bent u voor of tegen het afschaffen van de dienstplicht?”. Bent u voor of tegen een tweede Gotthardtunnel?”. Natuurlijk kun je ook daar nog allerlei mitsen en maren bij verzinnen, maar het zijn heldere, eenduidige vragen waar je met ja of nee op kunt antwoorden.

In Rotterdam hebben ze het niet begrepen. “Bent u voor of tegen de Woonvisie?”. Een visie die bestaat uit een 75 pagina’s tellend rapport en meerdere onderwerpen behandelt. Hoe kun je daar – in zijn geheel – voor of tegen zijn? Het is net zoiets als vragen of men voor of tegen het wijzigen van de grondwet is, als men één artikel aan zou willen passen.

Stel de échte vraag

Het pijnpunt in de Woonvisie is de beoogde sloop en afname van 20.000 goedkope woningen, omdat Rotterdam meer woningaanbod wil voor de midden- en hogere inkomens. (bron: Versbeton). Vanwege dit punt is het referendum aangevraagd en over dit punt zou dus ook de vraag moeten gaan: “Bent u voor of tegen de sloop/ afname van 20.000 goedkope woningen?”. Waarbij tegenstanders dan niet eens per definitie minder of geen afbraak willen, er zijn ook mensen die méér goedkope woningen willen vervangen. En dat maakt een ja-nee vraag, een voor-tegen vraag, zo ontzettend moeilijk. Als mensen tegen zijn, weet je nog steeds niet wat men dan wel wil. Of waarom men tegen is. Het is dus behoorlijk lastig om vervolgens – bij afwijzing van een visie of verdrag – iets met een uitslag te doen wat mensen wél blij maakt. En dat maakt referenda in deze vorm, in mijn ogen, nutteloze geldverspilling.

Toch ga ik stemmen woensdag. En voor referendum aanvragend en makend Nederland: er bestaat ook zoiets als een keuze-referendum. Daarbij stem je niet voor of tegen, maar heb je een keuze uit alternatieven. Ik formuleer graag de keuzes voor jullie. Helder en eenduidig.